Petrus Antonius Laurentius Kartner (11 april 1935 – 8 november 2022), in de muziekwereld bekend als Vader Abraham, was een Nederlandse singer-songwriter, muzikant en platenproducent wiens carrière meer dan zes decennia besloeg. Kartner begon al als kind op te treden, won op achtjarige leeftijd een lokaal zangfestival en werkte later in een chocoladefabriek terwijl hij zijn vaardigheden in Amsterdam verder ontwikkelde. Hij behaalde groot commercieel succes als Vader Abraham met novelty- en folkachtige liedjes, met als hoogtepunt het componeren en opnemen van de hit “Het Smurfenlied” uit 1977, die in verschillende Europese landen de nummer één-positie bereikte en wereldwijd miljoenen exemplaren verkocht. Andere belangrijke werken zijn onder meer de single “Het Rode Ros” (The Red Rose Café) uit 1975 en bijdragen aan televisiethema’s, zoals muziek voor de Japanse Moomin-bewerking. Met zijn omvangrijke oeuvre van ongeveer 1.600 nummers verzamelde hij 127 gouden platen en ontving hij in 2015 de BUMA Lifetime Achievement Award voor zijn songwriting. Kartners publieke imago weerspiegelde vaak conservatieve en populistische sentimenten, wat leidde tot controverses over nummers als “Wat doen we met die Arabieren hier?”, waarin kritiek werd geuit op immigratie, en een nummer uit 1973 waarin een sociaaldemocratische premier de schuld kreeg van de oliecrisis.
Jeugd en familieachtergrond
Pierre Kartner https://znaki.fm/nl/persons/pierre-kartner/ werd op 11 april 1935 geboren in Elst, een klein plaatsje in de provincie Gelderland. Zijn familie, die leefde in de bescheiden omstandigheden die destijds kenmerkend waren voor Nederlandse plattelandsgemeenschappen, verhuisde toen hij nog jong was naar Amsterdam, waardoor hij zijn jeugd in een stedelijke omgeving doorbracht.
Kartner kwam voor het eerst in aanraking met het podium toen hij acht jaar oud was en meedeed aan een lokale zangwedstrijd die werd uitgezonden op AVRO-radio; hij won deze wedstrijd. Dit evenement wakkerde zijn persoonlijke interesse in zingen aan, temidden van de economische ontberingen in het Nederland van na de Tweede Wereldoorlog. Dit vroege succes, dat hij zonder formele opleiding behaalde, weerspiegelde een eigen initiatief en nieuwsgierigheid naar muziek binnen een gezin dat de nadruk legde op praktische vaardigheden, zoals blijkt uit zijn latere bakkersopleiding aan een vakschool in Oudenbosch.
Eerste kennismaking met muziek en het schrijven van liedjes
Kartner begon zijn professionele muziekcarrière in de jaren zestig als bassist en bandlid bij de Nederlandse groep Corry & de Rekels, die in dat decennium meer dan een miljoen platen verkocht. Dankzij het succes van de band maakte Kartner voor het eerst naam in de Nederlandse popscene, waar hij achtergrondzang verzorgde voor singles als “Mucho D’amore”.
Als songwriter schreef hij nummers voor Corry & de Rekels, waaronder „Zeg Mij Waarom“ en „Wie Wil Er Met Me Dansen“, die te horen zijn op hun album Corry En De Rekels 3 uit 1971, hoewel ze hun oorsprong vinden in zijn eerdere samenwerkingen uit de jaren zestig. Kartner trad ook op als producer voor de uitgaven van de groep, waarbij hij zijn vaardigheden op het gebied van arrangement en productie aanscherpte, wat zijn intrede in rollen achter de schermen markeerde
Naast zijn werk met de band was Kartner actief als promotor en producer bij platenlabel Dureco, waar hij samen met artiesten als Annie de Reuver het duo Duo X oprichtte en ervaring opdeed in het schrijven van Nederlandse popnummers. Deze vroege activiteiten maakten van hem een veelzijdige figuur in de muziekindustrie; hij schreef teksten en muziek voor diverse artiesten nog voordat hij later als soloartiest doorbrak. Gedurende zijn leven componeerde hij meer dan 1.600 nummers, waarbij zijn vroegste werk vooral gericht was op toegankelijke popstructuren.